• fr
  • nl
  • de
  • Terug naar alle projecten

    Koning Matthijsjesproject

    De Regenboog (GVBS Zuiderdokken) Antwerpen

    2001

    Initiatiefnemers

    Het project werd ingediend in 2001 door de basisschool De Zonnebloem (Antwerpen) in samenwerking met de UGent. Bij de start namen drie scholen deel aan het project, nl. twee basisscholen  de Zonnebloem en de Regenboog en één kleuterschool ’t Ballonnetje.

    Beginsituatie

    In Antwerpen bestaat er in 2001 een grote nood aan opvang van kinderen in een asielsituatie. Het project wil een opvang organiseren voor anderstalige nieuwkomers die (tijdelijk) geen plaats vinden in het reguliere  onthaalonderwijs. De initiatiefnemers vertrekken vanuit de pedagogie van Korczak gebaseerd op respect en de kinderrechtenbeweging. De leerkrachten die les geven in de onthaalklas (Matthijsjesproject) worden tewerkgesteld met de extra uren die de scholen krijgen voor de begeleiding van kinderen in asielsituatie. Het project maakt  gebruik van een leegstaand schooltje. Van bij de start worden studenten en vrijwilligers ingeschakeld en wordt er samengewerkt met een groot aantal organisaties en de Stad Antwerpen. De initiatiefnemers hebben veel ervaring met succesvolle projecten en beschikken over een grote deskundigheid en engagement.

    Doelstelling en concretisering

    De doelstelling is een opvang organiseren voor anderstalige nieuwkomers die (tijdelijk) geen plaats vinden in het reguliere onthaalonderwijs. Er wordt een onthaalklas ingericht en begeleiding gegeven aan nieuwkomers in reguliere klassen. Het project richt zich naar kinderen uit het kleuter- en lageronderwijs. De kinderen uit de onthaalklas laat men zoveel mogelijk deelnemen aan het gewone schoolleven. De concretisering krijgt vorm in een veelheid van activiteiten die elk jaar worden aangepast en uitgebreid.

    Kinderen

    In de onthaalklas worden de leerlingen –individueel of in groep-  intensief begeleid.  Er wordt gewerkt rond lezen, schrijven, enz. en vooral naar een integratie in de reguliere klassen. Leerlingen participeren meestal drie à vijf halve dagen per week aan de onthaalklas, de rest van de week volgen zij les in een reguliere klas. De kinderen die doorstromen naar een reguliere klas worden opgevolgd en begeleid

    In de onthaalklas, maar ook in de reguliere klassen, komen diverse werkvormen en activiteiten aan bod om de anderstalige nieuwkomers beter te integreren.

    – Creatieve therapie. Via de expressievorm ‘drama’ – o.a. lichaamstaal, poppenspel, maskers, muziek, tekenen- wordt gewerkt aan de verwerking van trauma’s en de opbouw van een positief zelfbeeld.

    – Jaarprojecten. Hier staat kunst  (beeldende kunst en muziek) centraal. Deze jaarprojecten maken dat kinderen graag naar school komen en niet spijbelen.

    – Leefboeken. Elk kind kan in een leefboek zijn/haar verhaal (geschreven of met tekeningen) kwijt over wat belangrijk was in zijn/haar leven. Een leefboek kan een kind vergezellen als het overstapt naar een andere klas of school. Een stagiaire maatschappelijk werk gaf ondersteuning.

    – Huiswerkbegeleiding. Moeders krijgen een cursus over hoe zij best huiswerk begeleiden; daarnaast worden een aantal gezinnen aan huis begeleid door studenten van de hogescholen..

    – Persoonlijke leerstijlen. Deze actie richt zich naar alle kinderen. Een ‘leerstijl’ is iemands typische manier van leren en wordt geoperationaliseerd als ‘voorkeuren die leerlingen hebben voor bepaalde leeromgevingen’. Van elk kind wordt een persoonlijke spiegel gemaakt. Hierdoor heeft de leerkracht een zicht op de leerling en kan hij/zij er rekening mee houden. Ook van elke klas wordt een spiegel gemaakt. In functie van de persoonlijke leerstijlen werd ook gewerkt aan een flexibele klas en/of schoolinrichting (o.a. een welkomsplekje, stille ruimte, bewegingsruimte). De uitwerking is gebaseerd op de leerstijlinventaris van Dunn en Dun (Learning Style Model, 1984, 1995).

    – De actie ‘Aangename kennismaking’ liep over drie weken. In samenwerking met kunstenaars werd op het einde van de drie weken voor de ouders een feest georganiseerd.

    Ouders

    In een infoklas voor ouders geven directie en leerkrachten wekelijks info aan ouders. Ook werd in de drie scholen drie uur per week Nederlandse les gegeven aan de moeders. Dit gebeurt in samenwerking met  basiseducatie en LBC (volwassenenonderwijs).

    De informele contacten met de ouders worden verhoogd. Dit gebeurt tijdens meerdere acties en initiatieven, o.a. tijdens de huiswerkbegeleiding aan huis, de naschoolse begeleiding op school waarbij kinderen, ouders en buurt betrokken zijn,

    Er is een goed werkende ouderraad, bestaande uit vijf ouders uit het oudercomité. Bv. De organisatie van het Kieze-keuze-festival met een 30-tal activiteiten werd opgenomen door de ouderraad.

    De integratie in de buurt krijgt de nodige aandacht. Het is belangrijk dat je als nieuweling je buurt leert kennen. Bv. activiteiten met bejaardentehuizen, een groot straatfeest.

    Leerkrachten

    De leerkrachten van de betrokken scholen krijgen informatie over de achtergrond van de leerlingen en krijgen methodieken aangereikt rond leesmethoden, de persoonlijke leerstijlen, etc.

    Er is aandacht voor een ruimere implementatie van het project. Zo werden de visie achter het Koning Matthijsjesproject en de praktijkervaringen op twee vormingsdagen voor alle onthaal-leerkrachten uit 34 scholen toegelicht.

    Er wordt veel samengewerkt met studenten, vaak leerkrachten in opleiding. Via hun begeleiding aan de kinderen en hun gezinnen leren toekomstige leerkrachten de visie kennen en doen ze een rijkdom aan ervaringen op.

    Samenwerkingsverbanden

    Het project  kan rekenen op een veelheid van samenwerkingspartners. Naast een brede steungroep met o.a. de initiatiefnemers, kernteam scholengemeenschap, pedagogisch begeleiding katholiek net, enz. wordt zeer actief en voor verschillende activiteiten samengewerkt met universiteiten en hoge scholen. Er worden studenten ingezet voor het onderzoek naar het verbeteren van de opvang van de anderstalige nieuwkomers, voor de huiswerkbegeleiding, het opzetten van ateliers, enz.

    Verder is er nog samenwerking met schoolopbouwwerk Antwerpen, Centrum voor basiseducatie, Onderwijsondersteuningsprojecten Antwerpen, het stedelijk jeugdtheater, Elcker-Ik, Academie voor Schone Kunsten, e.a.

    Geboekte vooruitgang

    De groep leerlingen die binnen het project begeleid wordt neemt af omdat het aantal nieuwkomers in de stad afneemt. Dit heeft te maken met de verscherping van het federaal/Vlaams beleid terzake. Op het einde van het vijfde jaar waren er 52 nieuwkomers in de school, wat overeenkomt met 15% van de totale schoolpopulatie.  De nieuwkomers krijgen een intensieve begeleiding in de onthaalperiode en worden verder opgevolgd na hun overgang naar een reguliere klas. Er wordt gewerkt met ouders, leerkrachten en buurt. Ondanks de enorme inzet blijft de doorstroming van de leerlingen uit het Matthijsjesproject een probleem. Van de groep vluchtelingen is er bij 25% een terugval, zij zijn hun veiligheid kwijt. Vaak komen zij terecht in het buitengewoon onderwijs. Om de terugval te voorkomen wordt gezocht naar een sterkere samenwerking met de secundaire scholen in Antwerpen.

    Hefbomen en remmingen

    Belangrijke troeven van het project zijn: de achterliggende filosofie (op basis van respect), de sterk geëngageerde initiatiefnemers, de samenwerking met hogescholen en universiteiten, met de buurt en vele andere organisaties.  Het project kreeg uitstraling via tal van activiteiten: vormingsmomenten met andere scholen (onthaalleerkrachten), persberichten rond activiteiten en het bezoek van de Koningin, de stages van studenten, getuigenissen voor het LOP, e.a.

    Moeilijkheden waarmee het project te maken kreeg waren:

    op sommige scholen worden onthaalleerkrachten blijkbaar tegengewerkt. Tijdens de vormingsdagen hebben de onthaalleerkrachten een cd-rom meegekregen met de visie en werking van het Koning Matthijsjesproject; 

    – het project werd geconfronteerd met criminaliteit binnen enkele gezinnen waar de kinderen handelen in opdracht van de volwassenen. De begeleiding van deze kinderen, de contacten met de gezinnen, de rechtbank, enz. was een goede leerschool. Het heeft doen nadenken over de onderwijspraktijk, aangezet tot het zoeken van samenwerkingspartners, enz. Men zoek manieren om deze kinderen via projecten ook tijdens vakantieperiodes te begeleiden;

    – een herstructurering binnen de scholengroep had in eerste instantie tot gevolg dat de Johan Huybrechts, directeur en trekker van het project, directeur werd van andere scholen. In een latere fase werd hij tewerkgesteld op een project van de stad Antwerpen. Toch is de opvolging en continuering van het project verzekerd gebleven. Financieel is de situatie goed haalbaar en de persoon die het overneemt is goed ingewerkt en krijgt hierbij nog de ondersteuning van twee studenten die gecoördineerd worden door J. Huybrechts vanuit zijn nieuwe opdracht.

    Voortzetting van project

    Na vijf jaar ondersteuning van de Koningin Paola stichting kan het project voortgezet worden met middelen van de provincie, de stad en het Comeniusproject rond uitbouw van een leeromgeving.

    Deze drie financieringsbronnen kunnen per jaar verlengd worden.

    In 2018 blijft het project leven in de school (Afrit Zuid), in die zin dat de filosofie is overgenomen in de nieuwe schoolvisie, nl. (1) respect voor elkaar blijft de basis voor de school- en klaswerking, (2) diversiteit wordt gezien als een meerwaarde en gebruikt als extra troef en (3) alle kinderen krijgen de kans om hun talenten te ontwikkelen

    Het schoolteam staat steeds open voor de opvang van anderstalige nieuwkomers in de klassen. Hiervoor werd geïnvesteerd in extra materialen en ook in navormingen. De AN-leerkracht(en) sluiten ook aan bij het overleg op niveau van de scholengemeenschap.

    Huidige contactgegevens

    Mevr. Anne Boeken, Directeur Vrije Basisschool Afrit Zuid

    Kronenburgstraat  30, 2000 ANTWERPEN

    Tel : 03/238 49 72  – afritzuid@cksa.be

    www.afritzuid.be

    Terug naar alle projecten