• fr
  • nl
  • de
  • Terug naar alle projecten

    Kinderen en meervoudige culturen: Stop dubbele afwijzing

    Les Tournesols (Arc-en-Ciel) Sint-Joost-ten-Noode

    2009

    Initiatiefnemers

    De kleuter- en lagere school ‘Les Tournesols’ ligt in een kansarme en multiculturele wijk van de hoofdstad. Bij de start van het project bestond de helft van de leerlingen van het lager onderwijs (bijna 80 leerlingen) uit Roma-kinderen. Dit gegeven werd als een bijzondere uitdaging door het onderwijsteam opgevat. Drie personeelsleden hebben het projectplan geschreven en ingediend bij de Stichting. Andere financiële bronnen maakten het mogelijk het project te verwezenlijken.

    Beginsituatie

    Uit de eerste waarnemingen blijkt dat de Roma-families in precaire omstandigheden en geïsoleerd van de rest van de samenleving leven volgens hun eigen culturele waarden en praktijken. Deze gemeenschap hecht weinig waarde aan de school en het onderwijs en, omgekeerd, de school en de maatschappij beoordelen en twijfelen over de leercapaciteiten van deze gezinnen. Weinig Roma-kinderen gaan naar de kleuterschool en er wordt veel gespijbeld op de lagere school. Deze leerlingen gaan soms lange weken weg tijdens het schooljaar. Deze realiteit versterkt de dubbele sociale en culturele afwijzing waarvan zij het slachtoffer zijn. Het is op basis van deze waarnemingen dat verschillende leerkrachten van de school het project hebben ingediend.

    Doelstellingen en concretisering van het project

    Het doel van het project is dat de aan de school toevertrouwde leerlingen zich maximal ontplooien. Bijzondere nadruk wordt gelegd op de integratie van Roma-kinderen in de schoolgemeenschap en de bestrijding van stereotypen tegen hen. Een van de belangrijkste doelstellingen is het bevorderen van het Frans, zowel spreken als schrijven, de taal die in de school gesproken wordt en ook de taal van de bredere locale gemeenschap waarin ze leven.  Dit is een grote uitdaging gezien het feit dat de taal in de Roma-gemeenschap van oudsher een spreektaal is zonder schriftelijke traditie.

    De initiatiefnemers van het project hebben zich gebaseerd op een individuele en collectieve ontwikkelings- en multisensoriële benadering waarin verschillende uitdrukkingsvormen worden gehanteerd (theater, video, sprookjes, zang, dans, beeldende kunst). De creatieve- en expressieworkshops waren ook een inspiratiebron voor de vakken Frans, aardrijkskunde en geschiedenis. Dit gold ook voor de grafische workshop waarop gewerkt werd op de diversiteit en de rijkdom van de verschillende schrijfsystemen in de wereld (Egypte, Japan, enz.). De leerlingen hebben dit ook op kaart gebracht en teken- en aquareltechnieken geleerd.

    Concreet hebben  groepen van 13 kinderen aan verschillende workshops kunnen deelnemen  (verhalen vertellen, grafisch ontwerpen, enz.). Deze werden planmatig opgesteld met een eerste “creatieve” periode van vier tot zes weken en een “voorstelling” van de werken of producties aan de hele school. Soms hebben verschillende workshops elkaar aangevuld om een gemeenschappelijk eindresultaat te bereiken rond hetzelfde thema. Een van de doelstellingen was ook het versterken van de solidariteit tussen de leerlingen.

    De workshops werden meestal geleid door duo’s die bestonden uit een leraar en een externe artistieke animator, die betaald werden door de financiële bijdrage van de Stichting. De verschillende workshops zijn klasoverschrijdend, d.w.z. dat ze kinderen uit verschillende klassen en leeftijdsgroepen bij elkaar brengen. De ervaring leerde de projectleiders dat het efficiënter was de jongste kinderen (5-8 jaar) in aparte groepen te nemen. Een grote uitdaging was het vrijmaken van een gemeenschappelijke halve dag tijd voor deze activiteiten binnen de schoolrooster. Verschillende formules werden getest (ochtend / middag). De verschillende prestaties van het jaar, waaronder een show, werden aan het einde van het schooljaar aan de families voorgesteld.

    Geboekte vooruitgang

    Het schoolverzuim van de kinderen is gedaald en het project blijkt zijn beloften grotendeels te hebben waargemaakt. De kinderen zijn betrokken en hebben met de volwassenen samengewerkt. De Roma-leerlingen kregen stilaan meer zelfvertrouwen en kwamen met plezier naar de workshops.

    Ze zijn ook zelfstandiger geworden. De verscheidenheid van de voorstellen van de kinderen werd toegejuicht. De leerdoelen werden bereikt dankzij een andere manier van onderwijzen en de leerlingen hebben het nut gezien van wat ze leren.  De kinderen onthouden beter en hun nieuwsgierigheid wordt voortdurend geprikkeld. De opgebouwde ervaring werd bijgehouden in een bundel met de hefbomen en de moeilijkheden.

    De socio-emotionele aanpak heeft ertoe bijgedragen de vaardigheden en attitudes zowel op indiviueel als op collectief vlak te verbeteren: er heerst een gezellige sfeer en er is veel wederzijdse hulp ontstaan op school. Er was ook veel relationeel werk nodig om een vertrouwensrelatie met de ouders op te bouwen.  Geleidelijk aan kwamen meer en meer ouders naar het werk van hun kind(eren) kijken en waren ze er blij mee. Sommige Roma-moeders raakten al snel betrokken bij bepaalde workshops (bijvoorbeeld koken of naaien).Er werden roosters en andere evaluatieinstrumenten gemaakt en gebruikt tijdens het hele proces. Een zorgcoordinator van Roma-afkomst werd gevraagd om een mondelinge evaluatie van het project voor te stellen  en ook om de families te ontmoeten met de zorgleerkracht.

    Niet verwachte effecten

    Het leerkrachtenteam heeft vastgesteld dat de manuele en verbale expressie, alsook de motoriek van  de leerlingen zich intensief heeft ontwikkeld. De gezinnen hebben hun tevredenheid en vertrouwen getoond, wat heeft geleid tot een grote toename van het aantal kinderen dat zich op school inschrijft. Aan het einde van het project kon de school weer een autonome school worden.

    Het werk dat op school is begonnen met Roma-families, is geleidelijk aan gegroeid naar een samenwerking met lokale gemeentelijke initiatieven. Een aanzienlijk aantal volwassenen heeft deelgenomen aan alfabetiseringscursussen, heeft een beroepsopleiding gevolgd en heeft werk kunnen vinden via artikel 60. Er werden regelingen getroffen om ervoor te zorgen dat deze nieuwe werknemers zich vrij konden stellen om de voorstelling van  hun kind op het  eindejaarsfeest te kunnen bijwonen.

    De motivatie van de projecleiders is ondanks alle moeilijkheden niet afgenomen. Bij elk jaarlijks evaluatiebezoek van de Stichting, waren de meeste interne en externe medewerkers aanwezig en kon een echte discussie worden gevoerd zonder taboes.

    Moeilijkheden en weerstand

    Sommige gezinnen hebben zich nog steeds niet laten benaderen en sommige kinderen zijn verscheurd tussen de waarden en codes van hun familie en hun traditie en die van  de school. Zodra een meisje puber is, kan ze van school worden gehaald omdat ze is uitgehuwd.

    Het tempo van de workshops bleek voor sommige leerkrachten en externe animotoren te hoog, aangezien er op enkele weken tijd een concrete realisatie tot stand moest komen.  Bovendien ontstonden er spanningen met sommige externe animatoren die onbetrouwbaar waren of niet aan de verwachtingen voldeden. In de loop van het project ontstonden er ook communicatie- en coördinatieproblemen. Een omvangrijk project zoals dit  kan snel in moeilijkheden komen. Zo betekent bv. de afwezigheid van verschillende animatoren soms dat workshops van een halve dag op het laatste moment worden afgezegd.

    Sommige leerkrachten die niet op spontane basis in het project ondergedompeld werden, verborgen hun scepsis niet gedurende de hele duur van project. Ze klaagden over het feit dat de workshops  ‘verloren’ tijd zijn voor het aanreiken van de basisvaardigheden of over het feit dat de kinderen vermoeid en overbelast zijn. Op sommige momenten moesten de  gemotiveerde en overtuigde leerkrachten – onder de hoge druk van niet overtuigde leerkachten en collega’s – de duur van de workshops verkorten, en ook de creatieve workshops enkel  voor de jongste leerlingen organiseren. Voor de laatste klassen werd specifiek ingezet op “taal” en “wetenschappen”. De jobmobiliteit van het schoolpersoneel is soms een moeilijk gegeven bij het beheer van een project; het kan ook een voordeel zijn in geval van sommige weerhoudende leerkrachten.

    Voortzetting van het project

    We konden op dit niveau geen informatie krijgen omdat onze contacten school hebben verlaten.

    Terug naar alle projecten