• fr
  • nl
  • de
  • Terug naar alle projecten

    Time-Outproject

    Arktos Antwerpen

    1999

    Initiatiefnemers

    Het project werd ingediend in 1999 door Jongeren voor Zorg v.z.w. in samenwerking met het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg Antwerpen. Twee projecten, nl. Time-out (Jongeren-voor-Zorg) en Ingroeischool (Arktos), werden de eerste jaren inhoudelijk en organisatorisch, geïntegreerd tot één project, het Time-outproject Antwerpen.

    Er waren meerdere financiers, nl. het Sociaal Impulsfonds Antwerpen, de Stichting Welzijnszorg provincie Antwerpen, de Koning Boudewijnstichting, Soroptimist International en de Koningin Paolastichting. De Stichting Koningin Paola vroeg vooral te investeren in het ontwikkelen van een methodiek om schoolinterne veranderingen te stimuleren.

    Beginsituatie

    Het time-outproject richt zich naar jongeren uit Antwerpen of onmiddellijke omgeving, van 14 tot 17 jaar waarbij sprake is van ernstige afwezigheids- en/of  gedragsproblemen.

    Dergelijke probleemsituaties kunnen zodanig escaleren dat – ondanks de inspanningen van de school en het CLB- een (definitieve) breuk tussen leerling en school reëel wordt. Een time-outproject probeert dit te voorkomen. Naast aanmeldingen vanuit scholen en CLB’s zijn ook jeugdrechters en procureurs meer en meer vragende partij.

    De projectmedewerkers hebben vanuit de beide projecten een ruime know how opgebouwd. In dezelfde periode gingen in Vlaanderen nog andere time-outprojecten van start waartussen een intervisie werd georganiseerd. Bovendien kreeg het preventieve luik van het time-outproject Antwerpen extra ruimte en ondersteuning vanuit de Stichting Koningin Paola.

    Doelstelling en concretisering

    Het time-outproject beoogt preventie van schooluitval van jongeren voor wie uitsluiting dreigt. In time-outprojecten worden jongeren tijdelijk uit de school genomen met de bedoeling de problematische situatie te deblokkeren en hen na een aantal weken weer in het regulier onderwijs te integreren om alsnog een eindkwalificatie te behalen. Tijdens deze onderbreking –die een rustpauze inlast voor leerling en school- wordt een intensieve begeleiding opgezet met de jongere en wordt met de school gewerkt aan de re-integratie van de individuele jongere en de uitbouw van een preventiebeleid inzake gedragsmoeilijkheden .

    Jongeren nemen op vrijwillige basis deel aan het project en moeten voldoende gemotiveerd zijn om mee te werken. Een tijdelijke, intensieve, individuele en groepsbegeleiding wil de sociale vaardigheden van de jongeren aanscherpen, hen positieve ervaringen aanbieden en hen opnieuw verantwoordelijkheden laten opnemen met het oog op de re-integratie in de school. De atelierwerking vormt hierbij een belangrijke activiteit.

    Gelijktijdig wordt ook met het gezin gewerkt. De contacten starten met een huisbezoek vóór het project en tijdens het projecten zijn er zowel individuele als gemeenschappelijke contacten. De meeste ouders zijn opgelucht om te horen dat ook andere ouders gelijkaardige problemen kennen en zijn ook zeer geïnteresseerd in de manier waarop andere ouders met hun zoon en dochter omgaan.

    Het wegvallen van de schoolse problemen in combinatie met de niet veroordelende benadering van de ouders, geeft hen opnieuw energie en brengt rust thuis. De ouders zien opnieuw mogelijkheden zien en zijn bereid om hun verantwoordelijkheid op te nemen. 

    De scholen worden sterk betrokken bij de time-out van de individuele jongeren en de projectwerkers proberen de opgedane knowhow en ervaring in het omgaan met moeilijke leerlingen door te geven.  Dit laatste zowel in de individuele contacten met scholen als via een ondersteuningsaanbod voor scholen. 

    Tijdens een time-outperiode van een leerling is er veel overleg en contact met de school. De betrokken school en het CLB worden uitgenodigd op de intake, zij worden gevraagd een samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen (waarin de wederzijdse verwachtingen duidelijk geformuleerd worden), het project voor te stellen op een klassenraad en indien wenselijk in de klas van de jongere zelf. Ook zal men aan de school vragen om een time-outcoach aan te stellen.  Deze wordt, in overleg met de jongere zelf, aangesteld om de brug tussen de school en het project, zowel tijdens als na het project, te vormen.  Doorheen deze schoolcontacten kan een vertrouwensrelatie worden opgebouwd die dé voorwaarde vormt om met en binnen de scholen intensief, systematisch en preventief te kunnen werken rond schooldropouts.

    Het pakket ‘Instrumenten in het omgaan met moeilijke leerlingen en leerlinggroepen’ werd ontwikkeld in samenwerking met Outward Bound Belgium en bestaat uit drie dagdelen.  Hierbij wordt gestreefd naar een evenwicht tussen theoretische modellen (Roos van Leary, groepsdynamica, actieve vorming, begeleidershouding, Kernkwadranten (Ofman), enz.) en de toepassing ervan.  Samen met de deelnemende leerkrachten wordt gezocht naar mogelijkheden om de instrumenten en modellen op de school te implementeren.  Op het einde van de vorming wordt door de leerkrachten een actieplan opgemaakt om het omgaan met moeilijke leerlingen te verbeteren en om een meer preventieve aanpak van ‘probleemleerlingen’ op te starten of verder uit te bouwen. 

    Er wordt samengewerkt met andere initiatieven die zich richten naar problematische leerlingen. Naast uitwisseling van know how, werd een ‘begeleidingsas’ uitgewerkt waarop de betrokken initiatieven zich positioneerden. Dit vergemakkelijkte een gerichte samenwerking.

    Geboekte vooruitgang

    Time-out blijkt een efficiënte manier te zijn om dreigende afhakers terug te laten aansluiten bij de school. Ongeveer 75% van de begeleide jongeren hebben hun schoolloopbaan heraangevat.

    Het uitgewerkt pakket en de vele tussenkomsten van de projectmedewerkers op de intervisies met de time-outprojecten hebben ongetwijfeld bijgedragen tot een veranderingsproces in scholen, waardoor drop outs voorkomen werden.

    Niet verwachte effecten

    Time-outprojecten waren op dat moment zeer vernieuwend. Een onderbreking, begeleid door een externe organisatie, betekende een rustpunt voor de school, de jongere maar ook voor het gezin.

    Een time-outperiode voor de jongere gaf vaak ook aanleiding voor verdere hulpverlening binnen het gezin. De contacten over de individuele leerling betekende een belangrijke opstap voor een preventieve werking in de scholen.

    Hefbomen en moeilijkheden

    Oorspronkelijk was het de bedoeling om met een continu instapsysteem te werken. Dit wil zeggen dat jongeren op gelijk welk moment tijdens het schooljaar konden worden aangemeld. De financiële middelen waren hiervoor niet toereikend en dus moest men met vaste instapdata (1 per trimester) werken. Ongetwijfeld was het aantal meldingen veel groter geweest als een constante instroom mogelijk was.

    Tijdens de projectperiode viel de belangrijkste financiële ondersteuner (Sociaal Impulsfonds Antwerpen) weg. Een aantal geplande acties (preventief werken met scholen, nauwere samenwerking met lokale partners, enz.) werden uitgesteld of minder intensief uitgevoerd. 

    Gedurende het hele project ging veel tijd en energie naar het zoeken van nieuwe middelen en het streven naar een structurele financiering.

    Voortzetting van project

    Van bij de start van de time-outprojecten met een schoolvervangend programma werd in overleg met de departementen onderwijs en welzijn gestreefd naar een structurele financiering.

    NAFT (Naadloze flexibele trajecten) is de opvolger van de vroegere time-outprojecten. Deze hebben een dubbele doelstelling: het positief begeleiden van kwetsbare jongeren en het ondersteunen van de onderwijsinstellingen zowel op curatief als preventief vlak.

    Contactgegevens

    Arktos vzw,  Sint-Jacobsmarkt, 41, te 2000 Antwerpen.

    Contactpersonen: Bart Roels en Lies Verstraete

    Terug naar alle projecten