• fr
  • nl
  • de
  • Terug naar alle projecten

    Senioren voor junioren

    Lutte contre l’exclusion sociale asbl Molenbeek

    2011

    Initiatiefnemers

    Aan de basis van het project liggen twee preventiediensten die nauw  samenwerken met de gemeentescholen van Sint-Jans-Molenbeek. De Molenbeekse vzw ‘Lutte contre l’Exclusion Sociale’ (strijd tegen sociale uitsluiting) via haar dienst voor de bestrijding van schooluitval en meer bepaald de dienst ‘preventie van geweld op school’ en de ‘Dispositif d’Accrochage Scolaire’ (DAS). De twee partnerdiensten hebben besloten het project uit te voeren in de basisschool nr. 13 in Molenbeek, een GOK- school.

    Beginsituatie

    Kansarme leerlingen die in precaire omstandigheden leven, worden al heel vroeg geconfronteerd met de beperktheden die de school, zoals ze bedacht en georganiseerd is, te bieden heeft. Het lijkt daarom belangrijk om zo vroeg mogelijk te ‘compenseren’ door hen een zorgzame en gepersonaliseerde begeleiding aan te bieden die het kind in staat stelt zijn of haar vaardigheden maximaal te ontwikkelen. Een project als dit is zinvol in een achtergestelde buurt met weinig verenigingen en weinig aanbod aan huiswerkbegeleiding, die gekenmerkt wordt door een hoge sociale en culturele mix en waar oudere geschoolde mensen wonen die bereid en in staat zijn om deze kinderen te ‘ondersteunen’ door middel van lezen en spelen. Het idee om een vertrouwensrelatie met een volwassene op te bouwen leek veelbelovend.

    Doelstellingen en concretisering van het project

    De aanvankelijke doelstellingen zijn veelvoudig: de kinderen de smaak van het lezen geven en de taalvaardigheden bevorderen; een vertrouwensrelatie teweeg te brengen tussen senioren en allochtone kinderen en, op een breder vlak, bruggen bouwen tussen scholen en gezinnen, tussen generaties en tussen de verschillende gemeenschappen.

     Concreet werd een oproep gedaan aan senioren van de buurt en werd bij de start van het project een overeenkomst getekend met een vijftiental senioren die hun belangstelling hadden getoond en die betrouwbaar zijn. Voor elke senior werd een verzekering afgesloten en werd er een kleine vergoeding voorzien, hoewel sommige van hen dit weigerden of  ‘herbelegden’ ten gunste van de kinderen. De vzw “Ages et Transmissions” hielp bij de rekrutering van de oma’s/opa’s en organiseerde ook opleidingen voor hen. Baobab vzw gaf advies over de aankoop van educatief en didactisch materiaal (spelletjes, boeken). Ze legde de kenmerken van het beschikbare materiaal uit (inhoud, spelregels, vaardigheden en doelgroepen…).

    Concreet werden, aan elke senior, twee kinderen van het eerste of tweede leerjaar toevertrouwd.  De kinderen werden één keer per week van 15.30 tot 17.00 uur samen of afzonderlijk opgevangen. De maatschappelijke assistent en de logopedist van de school waren betrokken bij de selectie van de kinderen en bij het contact met de ouders. Er vonden regelmatig uitwisselings- en evaluatiebijeenkomsten plaats tussen de senioren, de projectleiders en de andere deskundigen van de betrokken school (leerkrachten, de sociale assistente, de logopedist en soms het onderhoudspersoneel).

    Geboekte vooruitgang

    Het creëren van leuke momenten rond spellen en boeken is veelbelovend gebleken. De versterking van de relaties tusssen generaties heeft geleid tot een mooie en vreugdevolle band. Het zeer grote aantal kinderen en senioren die tot het einde van het schooljaar hebben samengewerkt is een goede indicator van de bijdrage van deze ontmoetingen voor beide partijen. Het verzuimpercentage voor de ontmoetingsmomenten bleef zeer laag.

    De senioren kenden hun plaats. Zo namen ze noch de plaats in van de leerkracht, noch van de ouder. Ze spraken hun tevredenheid uit over de relatie met het kind en hun gevoel van sociaal nut. Ze waren zeer autonoom in hun werking. De doelstelling om de steun van de kinderen te personaliseren bleek een succes. De vrijwillige inzet van de senioren heeft de waarde van de kosteloze dienstverlening aangetoond en heeft ook de mentaliteit van de families en het schoolpersoneel omgegooid.

    Het leek belangrijk om de blik van de verschillende schoolactoren te veranderen. De leerkrachten merkten meestal een aanzienlijke vooruitgang op in de taalvaardigheid van de kinderen zonder te geloven dat er een automatisch effect was op de schoolresultaten. De logopedisten die sommige leerlingen volgen, merkten ook positieve bijdragen aan de taalvaardigheid op. Geleidelijk aan gebruikten zij ook de spellen die in het kader van het project werden aangekocht, meer dan de leerkrachten, die het gebruik van de spellen in de klas soms afhankelijk maakten van de aanwezigheid van stagiairs. De maatschappelijk assistente heeft van haar kant een belangrijke rol gespeeld in de ‘aanwerving’ en de opvolging van de kinderen die aan het project deelnemen, alsook in de contacten met de gezinnen.

    Wat de kinderen betreft, bleken de ontmoetingen met de senioren “ontspanningsmomenten” te zijn tussen twee werelden en moeilijke ervaringen (familie en school). Door meer zelfvertrouwen te winnen en zich veiliger te voelen, verandert de houding van de kinderen. De kinderen gedragen zich soms heel anders in de klas dan tijdens de activiteit met de senior, waardoor ze het kind anders gaan bekijken en kunnen dedramatiseren. De serieuze aanpak en het succes van het project hebben ook bijgedragen aan de verbetering van het imago van de school en van de leerkrachten. Bovendien kreeg de school hierdoor veel positieve reclame van buitenaf.

    Geleidelijk aan kwamen meer ouders naar de eindejaarsdrink, vaak onder druk van hun kind en met het oog op de positieve veranderingen die zij bij hun kind mochten ervaren. Sommige ouders kwamen spontaan de vraag stellen in hoeverre hun kind zou kunnen deelnemen aan het project. Ook is er een speciale band ontstaan tussen de kinderen die aan de workshops deelnamen.

    Een nieuw opgerichte basisschool van de gemeente heeft zich bij het project aangesloten (school 14). Deze school had een minder homogene en minder kansarme bevolking. De workshops hebben echter ook hun nut bewezen voor de meest kwetsbare leerlingen. Het was ook mogelijk om, dankzij de maatschappelijk assistente, ouders, vooral moeders, te sensibiliseren om deel te nemen aan de ‘oudercafés’ waar verschillende belangrijke vragen met betrekking tot opvoeding en welzijn worden besproken. Het bleek echter een langere en moeilijkere opgave om ouders de spellen te laten gebruiken.

    Niet verwachte effecten

    Senioren getuigen van de genegenheid die kinderen hen achteraf tonen als ze hun oma/opa op straat of in de bus tegenkomen. Sommige kinderen hebben moeilijke zaken toevertrouwd aan hun oma/opa en zij waren dan ook ontroerd door het vertrouwen dat het kind in hen stelde.

    De senioren raakten meer dan verwacht betrokken en kwamen met nieuwe ideeën van spellen en activiteiten. De uitwisseling van ervaringen vond spontaan plaats tussen de senioren, wat hun vaardigheden verhoogde en hielp om moeilijke situaties op te lossen. Zo werkten senioren soms in paren met hun respectievelijke ‘kinderen’ om te zorgen voor meer autoriteit en rust. Veel senioren werden vrienden buiten hun betrokkenheid op de school.

    Het project was een kans om de de kinderen die aan het project deelnamen alsook alle kinderen van de school het spelen te laten herontdekken. Op de speelplaats leerden ze traditionele spelletjes (hinkelbaan, bikkels…). Ze zijn creatiever geworden in hun ontspanningsmomenten.

    De ontwikkeling van dergelijke projecten heeft andere scholen van de gemeente aangespoord om na te denken over hun werking en de mogelijkheid om zich open te stellen voor andere onderwijsvormen.

    Hefbomen en moeilijkheden

    De hoge jobmobiliteit van de schoolactoren heeft het project op een bepaald moment in gevaar gebracht, maar de situatie werd (tijdelijk?) onder controle gebracht. De regelmatige veranderingen in het lerarenteam leverden soms problemen op, maar het was vooral de concrete organisatie van de activiteiten die voortdurend moest worden verbeterd: het openen en sluiten van de bergingkasten waarin het materiaal zich bevindt, toegang tot de schoollokalen waar de activiteiten plaats vinden, wetende dat de lokalen snel na de lessen moeten worden schoongemaakt en dat er normaal niets in de klaslokalen mag worden verstoord.

    Sommige ouders begrijpen moeilijk de meerwaarde van het project ondanks de communicatie-inspanningen. Ze zien het project voornamelijk als huiswerkbegeleiding en hebben het moeilijk om het nut van het project te begrijpen. Een belangrijk aandachtspunt was het risico dat er een gevoel van ‘emotionele’ rivaliteit kon ontstaan tussen de senior en de ouder, bijvoorbeeld wanneer het kind spontaan een van zijn tekeningen aan zijn opa of oma aanbood…. Ook het feit dat sommige senioren vrijgevig extra kadootjes en activiteiten aanbieden aan ‘hun’ kinderen kan een gevoel van jaloezie tussen de leerlingen opwekken. Sommige gezinnen waren verveeld om naar school te moeten komen of terug te moeten komen om hun kind in de late namiddag op te halen. Het heeft tijd genomen vooraleer de ouders de senioren wilden ontmoeten.

    Sommige kinderen kunnen zich niet stilhouden en zich niet concentreren tijdens de spelmomenten, waardoor sommige senioren niet wisten wat doen of zelfs uitgeput geraakten. De senioren hebben uiteraard niet allen een opleiding in pedagogie en hebben dus soms ook activiteiten (spelletjes, lezen) voorgesteld die te moeilijk zijn. Wij hebben beseft, dat ondanks het brede aanbod, het vaak dezelfde boeken en spelletjes zijn die gebruikt worden, terwijl andere te veel in de kast blijven staan. De ervaring heeft geleerd dat spelletjes die de kinderen mee naar huis namen te vaak onvolledig of beschadigd terug werden ingeleverd.

    Door hun oudere leeftijd kunnen gezondheidsproblemen en beperkingen vrij plotseling optreden en een einde maken aan het engagement van senioren, wat aan beide zijden droefheid veroorzaakt. Jammer genoeg daalt ook geleidelijk aan het aantal nieuwe aanwervingen van senioren in de buurt. Sommige van hen aarzelen meer dan voorheen om zich aan te melden omdat ze zich ´s avonds in de winter niet veilig voelen.

    Voortzetting van het project

    Na 5 jaar steun door de Stichting was de evaluatie zeer positief. De gemeente heeft daarom een kleine subsidie gevonden via de dienst “Dispositif d’Accrochage Scolaire” die het mogelijk maakt om de uitgaven en verzekeringen te verzorgen zodat het project kan worden voortgezet. Tot op heden gaan 7 senioren op school 13 en 2 senioren op school 14 verder met de workshops.

    Over het algemeen werkt het project nog steeds goed. De grootste moeilijkheid blijft het beheer op lange termijn, gezien de instabiliteit van de partners in de scholen. Een andere moeilijkheid is om een stabiel aantal senioren te behouden. Het is moeilijk om nieuwe vrijwilligers in de buurt te vinden om de workshops over te nemen, voor het geval dat een van hen vertrekt.

    Het doel is nu om het project voort te zetten omdat zowel het onderwijsteam als de ouders overtuigd zijn van het nut ervan: de resultaten zijn positief en tonen een verbetering, vooral wat betreft het gevoel van eigenwaarde, de wil om te leren en de vooruitgang in het Frans. Bij de start van het project is de financiële tussenkomst van de Stichting essentieel geweest voor de algemene organisatie en de aankoop van boeken, spellen en kasten om kwaliteitsvolle workshops te kunnen uitbouwen. De voortzetting van het project vergt weinig financiële middelen.

    Het is noodzakelijk om een stabiel persoon te vinden die het project op lange termijn kan beheren. Deze persoon kan intern of extern zijn aan de school (zoals hier het geval is). Ze zorgt voor de continuïteit en de samenhang van het project. In school 13 bijvoorbeeld zijn er sinds de start van het project al 3 verschillende directies en 4 verschillende maatschappelijk assistenten geweest! Daarom is het nuttig om een persoon te hebben die de continuïteit garandeert, of verschillende contactpersonen, die het verband in de loop van de tijd zullen leggen.

    Contactgegevens

    Lutte contre l’Exclusion Sociale

    Mevrouw Véronique Van Bambeke

    Graaf van Vlaanderenstraat 15

    1080 Brussel      02/422 06 68

    v.vanbambeke@clescbsu.org

    Terug naar alle projecten